server-up/docs/backups.md
Ramon 3bee664484
All checks were successful
Deploy server-up (dev) / deploy (push) Successful in 17m1s
Versienummering terug in de 0.7-reeks, stappen van 0.01
Ik sprong met tientallen (0.7.90 → 0.8.00 → … → 0.9.00 → 0.10.00) en liep
daarmee de reeks uit: dit schema rolt over bij .90, dus na 0.9.90 hoort 1.0.00
te komen. "0.10.00" bestond niet, en schond ook het formaat v0.0.00 uit de
projectafspraken.

De vijftien uitgaven van deze sessie zijn hernummerd naar 0.7.81 t/m 0.7.95,
aaneengesloten. In één doorloop met een tabel, want 0.8.81 wordt 0.7.90 en
0.7.90 wordt 0.7.81 — achtereenvolgende vervangingen zouden elkaar overschrijven.

Meegenomen: verwijzingen in de documentatie, .env.example, install.sh en de
tests. Verkorte vormen als "vanaf v0.10" zijn vervangen door het volledige
nummer, want die waren niet automatisch te herleiden.

De commit-onderwerpen in de geschiedenis dragen nog de oude nummers; VERSION en
CHANGELOG zijn leidend.

Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01Q9eqpADJSRs49SoGGr4NAy
2026-08-03 07:51:05 +02:00

227 lines
8.7 KiB
Markdown

# Backups
Server Up maakt backups van je stacks: handmatig, automatisch vóór risicovolle
acties, of op een schema. Terugzetten kan met één klik.
---
## Wat zit er in een backup
Een backup is een `.tar.gz` met drie takken:
```
<stack>/ de compose, de .env en .serverup.json
appdata/ de mappen waar de app zijn gegevens bewaart
dumps/ een dump per database die de stack meebrengt
```
| Voorbeeld | In de backup? |
|---|---|
| De compose van Vaultwarden | ✅ |
| Je `ADMIN_TOKEN` uit `.env` | ✅ |
| De wachtwoordkluis van Vaultwarden zelf | ✅ |
| De database van Paperless | ✅ (als dump én als bestanden) |
| Je foto's in Immich | ✅ — maar zie hieronder |
**Waarom een dump én de bestanden.** Een tar van een draaiende database is geen
betrouwbare kopie: er wordt tijdens het inpakken doorgeschreven, dus je hebt een
momentopname van een bestand dat halverwege veranderde. Daarom haalt Server Up
er ook een `pg_dump`, `mariadb-dump` of `mongodump` uit. Bij terugzetten wordt de
dump ingespeeld nádat de container draait; de bestanden zijn het vangnet voor het
geval de container tijdens de backup uit stond. Stond hij uit, dan staat dat als
waarschuwing in het log — niet als stille overslag.
> Dit is niet altijd zo geweest. Tot v0.7.88 bevatte een backup alleen de
> stackmap. `LIBRARY_DIR` en de appdata-map staan náást elkaar, dus je maakte een
> backup, kreeg een groen vinkje, en hield bij terugzetten een lege app over.
## Wanneer je de appdata er juist uit wilt
Bij een mediaserver, een fotoarchief of een downloadmap loopt dit in de honderden
gigabytes, en dan is een tar per keer geen zinnig middel — daar wil je `restic`
of `borg` voor, met deduplicatie en incrementele runs.
Zet daarvoor **Instellingen → Backups → Appdata meenemen** uit
(`BACKUP_APPDATA`). Je backup bevat dan weer alleen de stackmap: genoeg om een
stack terug te zetten zoals hij geconfigureerd stond, niet om de inhoud te
herstellen.
> Omdat een backup je `.env` bevat, staan er wachtwoorden in — en met de appdata
> erbij ook je eigenlijke gegevens. `BACKUP_DIR` hoort dus dezelfde bescherming
> te hebben als de rest van `/data`.
---
## Een backup maken
**Per stack** — de archiefknop op de stackkaart maakt er direct een. De
geschiedenisknop ernaast toont alle backups van die stack, met de mogelijkheid
om terug te zetten of te verwijderen.
**Automatisch vóór risicovolle acties** — standaard aan voor:
- **bijwerken** van een stack (`compose pull` + `up`), want een nieuwe
image-versie kan een compose-wijziging nodig hebben;
- **verwijderen** van een stack, maar alleen als je "verwijder ook de bestanden"
kiest — bij het enkel stoppen van containers valt er niets te verliezen.
Uit te zetten onder **Instellingen → Backups**. Mislukt zo'n automatische
backup, dan gaat de actie alsnog door: anders zou je een kapotte stack niet meer
kunnen opruimen. De melding komt wel in het joblog.
**Gepland** — dagelijks of wekelijks, rond een uur dat je zelf kiest. De
planner draait in de applicatie zelf (geen cron nodig) en onthoudt in
`config.json` wanneer hij voor het laatst gelopen heeft. Stond de server uit op
het geplande moment, dan loopt de backup bij de eerstvolgende gelegenheid alsnog.
---
## Bewaarbeleid
Twee regels, die allebei tegelijk gelden:
| Instelling | Betekenis |
|---|---|
| `BACKUP_KEEP` | Hoeveel backups per stack je bewaart. `0` = onbeperkt. |
| `BACKUP_MAX_AGE_DAYS` | Alles ouder dan dit aantal dagen gaat weg. `0` = geen limiet. |
**De nieuwste backup van een stack blijft altijd staan**, ook als hij ouder is
dan de maximale leeftijd. Anders sta je na een lange vakantie met lege handen.
Opruimen gebeurt na elke nieuwe backup van die stack, en na een geplande ronde.
---
## Terugzetten
De geschiedenisknop op de stackkaart → **Terugzetten**. Wat er dan gebeurt:
```
1. docker compose down stack stoppen
2. huidige map opzij zetten als <stack>.restore-<tijdstempel>
3. archief uitpakken
4. opzijgezette map weggooien
5. docker compose up -d stack starten
```
Gaat stap 3 mis — een beschadigd archief, of een archief dat buiten de stackmap
probeert te schrijven — dan wordt de opzijgezette map teruggeplaatst. Je raakt
je stack dus niet kwijt aan een kapotte backup.
Een backup van stack A kun je niet over stack B heen zetten; dat wordt geweigerd
op basis van de metadata.
### Veiligheid
Archieven worden uitgepakt met Pythons `tarfile` en `filter="data"`. Dat weigert
absolute paden, `..`-ingangen, symlinks die buiten de map wijzen en
apparaatbestanden. Met een kaal `tar xzf` zou een geprepareerd archief bestanden
elders op de host kunnen neerzetten.
---
## Instellingen
| Sleutel | Standaard | Betekenis |
|---|---|---|
| `BACKUP_DIR` | `/opt/serverup/backups` | Waar de archieven komen |
| `BACKUP_KEEP` | `5` | Aantal per stack |
| `BACKUP_MAX_AGE_DAYS` | `0` | Maximale leeftijd in dagen |
| `BACKUP_SCHEDULE` | `off` | `off` / `daily` / `weekly` |
| `BACKUP_SCHEDULE_HOUR` | `3` | Rond welk uur de geplande ronde draait |
| `BACKUP_BEFORE_UPDATE` | `true` | Backup vóór het bijwerken van een stack |
| `BACKUP_BEFORE_REMOVE` | `true` | Backup vóór het verwijderen van bestanden |
| `BACKUP_VERIFY` | `true` | Elk nieuw archief meteen controleren |
| `BACKUP_OFFSITE_DIR` | leeg | Tweede bestemming, bijvoorbeeld een gemounte schijf |
| `DISK_MIN_FREE_GB` | `2` | Reserve die vrij moet blijven |
| `DISK_WARN_PCT` | `10` | Onder dit percentage waarschuwt de interface |
---
## Controleren
Een backup die je nooit leest is een aanname. Server Up leest daarom elk nieuw
archief meteen helemaal uit: dat controleert de tar-structuur én de
gzip-checksum. Die checksum staat aan het eind, dus een archief dat halverwege
is afgebroken valt hier door de mand terwijl het in een lijst compleet lijkt.
Mislukt dat, dan meldt de backup zich als fout — het archief blijft wel staan,
zodat je kunt zien wat er mis is.
In de backuplijst staat achter elk archief een schildje: groen als het gelezen
is, rood met de foutmelding als het beschadigd is.
Met de knop **Controleren** doe je het handmatig over. Wil je zekerder weten dat
terugzetten écht werkt, gebruik dan de diepe variant (`{"deep": true}` op
`/api/backups/<bestand>/verify`): die pakt het archief uit naar een tijdelijke
map met dezelfde beperkingen als een echt herstel, en ruimt die daarna op.
Uitzetten kan met `BACKUP_VERIFY`; bij hele grote stacks kost het merkbaar tijd.
---
## Schijfruimte
Vóór elke backup wordt gekeken of het er redelijkerwijs in past. De schatting is
de ongecomprimeerde grootte van de stackmap — bewust aan de veilige kant, want
gzip maakt het kleiner. Past het niet, dan wordt de backup **geweigerd** in
plaats van halverwege afgebroken: een half archief ziet er in een lijst compleet
uit.
Daarbovenop blijft `DISK_MIN_FREE_GB` gereserveerd. Een volle schijf op een
Docker-host breekt alles, niet alleen Server Up.
Zakt een schijf onder `DISK_WARN_PCT`, dan waarschuwt de interface en — als je
meldingen hebt ingesteld — krijg je bericht. Dat gebeurt eenmalig bij de
overgang, niet elke ronde opnieuw.
---
## Een tweede bestemming
Backups staan standaard op dezelfde schijf als de data die ze moeten
beschermen. Gaat die schijf stuk, dan ben je allebei kwijt. Zet daarom
`BACKUP_OFFSITE_DIR` op een absoluut pad naar een **gemounte schijf, NFS- of
SMB-share**:
```bash
BACKUP_OFFSITE_DIR=/mnt/nas/serverup-backups
```
Elke nieuwe backup wordt daar naartoe gekopieerd, archief én metadata. Een
bestaande backup kopieer je alsnog met de wolkknop in de lijst.
Het kopiëren gaat eerst onder de naam `.part` en wordt daarna hernoemd, zodat
een afgebroken kopie herkenbaar onaf blijft. Valt de mount weg, dan bestaat het
pad vaak nog als lege map op je systeemschijf — daarom wordt eerst gecontroleerd
of er ruimte is, zodat je niet ongemerkt de verkeerde schijf vult.
> Dit is bewust een gewone mapkopie: dat werkt met USB, NAS en netwerkschijven
> zonder extra software en zonder dat wij een wachtwoord hoeven te bewaren.
> Wil je het echt buiten de deur, mount dan een externe opslag of laat een
> `rsync`-taak van je NAS de map ophalen.
---
## Downloaden
Met de downloadknop haal je een archief naar je eigen apparaat. Dat is de
snelste manier om een kopie te hebben die niets met deze server te maken heeft.
---
## Handmatig
De archieven zijn gewone tarballs — je hebt Server Up niet nodig om erbij te
kunnen:
```bash
# Bekijken wat erin zit
tar tzf /opt/serverup/backups/vaultwarden_20260726_030000.tar.gz
# Ergens anders uitpakken
tar xzf /opt/serverup/backups/vaultwarden_20260726_030000.tar.gz -C /tmp/herstel
```
Naast elk archief staat een `.json` met de stacknaam, het tijdstip, de grootte
en de reden (handmatig, gepland, voor-update, voor-remove). Ontbreekt dat
bestand, dan leidt Server Up de gegevens af uit de bestandsnaam.