server-up/docs/beveiliging.md
Ramon 866c5b8c1e
Some checks are pending
Deploy server-up (dev) / deploy (push) Waiting to run
.env.example toevoegen met alle instellingen erin
Nergens stond bij elkaar welke sleutels in het .env van de deploy-map horen.
BIND kwam alleen in docs/beveiliging.md voor, SU_IMAGE en SU_TAG alleen in
docs/updates.md, en de rest nergens.

- .env.example met BIND, PORT, SU_TAG, SU_IMAGE, BASE_DIR, SU_HTTPS,
  SU_BOOT_REPOS en SU_DEBUG, elk met uitleg wanneer je ze nodig hebt.
- docs/beveiliging.md wijst er nu naar, met de concrete stappen om de interface
  van buiten de server bereikbaar te maken.

Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
2026-07-26 23:35:11 +02:00

4.8 KiB

Beveiliging

Server Up beheert de Docker-daemon. Wie toegang heeft tot de webinterface, kan containers starten met willekeurige volumes — en daarmee in de praktijk alles op de host. Behandel toegang tot Server Up dus als root-toegang tot de server.

Vanaf v0.5.00 is de interface standaard afgeschermd met een login.


Eerste start

Bij de eerste start is er nog geen account. Open de webinterface en maak er meteen een aan: zolang dat niet gebeurd is, kan iedereen die de pagina bereikt het beheerdersaccount claimen. De container laat daarom bij het opstarten een waarschuwing zien.

Standaard bindt docker-compose.yml de poort op 127.0.0.1, dus alleen vanaf de server zelf bereikbaar. Wil je er van buitenaf bij, zet dan een reverse proxy met TLS ervoor (zie onder) en pas BIND aan in je .env:

cd /opt/docker/server-up        # of /opt/server-up op prod
cp .env.example .env            # alleen de eerste keer
sed -i 's/^BIND=.*/BIND=0.0.0.0/' .env
docker compose up -d

.env staat in .gitignore en wordt door de deploy-workflow overgeslagen, dus je instellingen blijven staan bij een update. Alle beschikbare sleutels staan met uitleg in .env.example.

Authenticatiemodi

Instelbaar via PUT /api/auth/mode:

Modus Betekenis
local (standaard) Gebruikersnaam + wachtwoord in Server Up zelf
proxy Identiteit komt uit een header van je reverse proxy; geen lokale login meer
both Beide; handig om SSO te testen zonder jezelf buiten te sluiten

Wachtwoorden worden opgeslagen als scrypt-hash (n=2¹⁴) met een willekeurige salt. Na vijf mislukte pogingen is het account vijf minuten geblokkeerd.

SSO via een reverse proxy

Draai je Authelia, Authentik of Cloudflare Access, dan kan die de identiteit in een header zetten (meestal Remote-User).

Belangrijk: die header wordt alleen vertrouwd als het bron-IP in trusted_proxies staat. Zonder die lijst kan iedereen de header zelf meesturen en zich voordoen als beheerder. Server Up weigert daarom modus proxy/both als trusted_proxies leeg is.

Zorg er ook voor dat je proxy de header van binnenkomende requests wist en zelf opnieuw zet.

Reverse proxy met TLS

Server Up spreekt gewoon HTTP. Zet er een proxy voor die TLS afhandelt:

location / {
    proxy_pass         http://127.0.0.1:5000;
    proxy_set_header   Host              $host;
    proxy_set_header   X-Real-IP         $remote_addr;
    proxy_set_header   X-Forwarded-For   $proxy_add_x_forwarded_for;
    proxy_set_header   X-Forwarded-Proto $scheme;
    proxy_set_header   Remote-User       "";   # wis wat de client stuurt
}

Zet SU_HTTPS=1 in de omgeving zodra alles via TLS loopt; de sessiecookie krijgt dan de Secure-vlag.

Wat er beveiligd is

  • SessiesHttpOnly, SameSite=Strict, 12 uur geldig.
  • CSRF — elke POST/PUT/DELETE vereist de X-CSRF-Token-header. Routes die de toestand wijzigen accepteren geen GET meer.
  • Padvalidatie — stack-, instantie- en repo-namen worden gecontroleerd, zodat ze nooit buiten LIBRARY_DIR of de git-cache kunnen wijzen.
  • Git-URL's — alleen http(s)://, ssh:// en git@host:pad. Git's ext::-transport voert een shell-commando uit en wordt geweigerd.
  • Templates — boilerplates renderen in een Jinja2-sandbox.
  • Geheimen — git-tokens worden nooit teruggegeven door de API (alleen een has_token-vlag); config.json en secret.key staan op 0600.
  • Headers — CSP op 'self', X-Frame-Options: DENY, nosniff, Referrer-Policy: no-referrer. Alle front-end libraries worden meegeleverd, dus er gaat op runtime niets naar een CDN.
  • SSH — host-keys worden geverifieerd (accept-new, opgeslagen in /data/known_hosts).

Externe repo's en modules

Een module is Python-code die Server Up uitvoert. Voeg alleen repo's toe die je vertrouwt. Twee knoppen om aan te draaien:

  • AUTO_SYNC_ON_BOOT staat standaard uit. Repo's worden dus niet vanzelf bijgewerkt; je synchroniseert zelf wanneer je dat wilt.

  • Zet per repo een commit in de config om hem op een specifieke commit vast te zetten:

    {"id": "mijn-apps", "url": "https://…", "branch": "main", "commit": "a1b2c3d"}
    

Wat níét is afgedekt

  • De docker-socket zelf. Server Up heeft volledige toegang tot de daemon; dat is inherent aan wat het doet. Een socket-proxy die alleen bepaalde endpoints toelaat werkt niet, omdat compose vrijwel alles nodig heeft.
  • Rechten per gebruiker. Elk account heeft dezelfde volledige toegang; er zijn geen rollen.
  • Rate limiting op de API buiten de login-lockout om. Zet er zo nodig een proxy met rate limiting voor.

Een probleem melden

Vind je een beveiligingsprobleem, meld het dan via de repository-issues met zo veel mogelijk details over de reproductie.