server-up/docker-compose.yml
Ramon 916e54a229 v0.5.00-beta - authenticatie + beveiligingsfixes
Server Up beheerde de Docker-daemon als root zonder enige vorm van
authenticatie: elke /api/*-route was gelijk aan root-toegang op de host.

- Authenticatie toegevoegd (core/auth.py): lokale accounts met scrypt-hash,
  sessiecookie (HttpOnly, SameSite=Strict) en optionele trusted-proxy-header
  SSO die alleen vanaf geconfigureerde proxy-IP's wordt vertrouwd.
- before_request-guard schermt alle API-routes af; loginscherm en
  eerste-account-setup in de UI.
- CSRF-token verplicht op elke mutatie; GET-varianten van state-wijzigende
  routes verwijderd (o.a. /api/docker/restart was via <img> te triggeren).
- Path traversal in /api/store/install gedicht; gedeelde safe_name()-validatie
  voor stack-, instantie- en repo-namen.
- Git-tokens worden niet meer teruggegeven via /api/repos en /api/settings
  (has_token-vlag); settings-PUT wist een bestaand token niet meer en kan AUTH
  niet overschrijven.
- Git-URL's beperkt tot http(s)/ssh/scp-syntax; ext::-transport (voert een
  shell-commando uit) en file:// worden geweigerd.
- Boilerplate-templates renderen in een SandboxedEnvironment (SSTI).
- Automatisch syncen van repo's bij boot standaard uit (AUTO_SYNC_ON_BOOT),
  optionele commit-pinning per repo.
- Waitress in plaats van de Flask-ontwikkelserver, MAX_CONTENT_LENGTH,
  ProxyFix, en CSP/X-Frame-Options/nosniff/Referrer-Policy headers.
- Front-end libraries (Tailwind, Alpine, htmx) lokaal meegeleverd i.p.v. CDN;
  Google Fonts verwijderd. Werkt nu ook offline.
- SSH host-key-verificatie aan (accept-new + /data/known_hosts).
- Lichte /healthz voor de healthcheck i.p.v. `docker info`.
- config.json en secret.key met 0600-rechten.
- Poort standaard op 127.0.0.1 gebonden.
- Audit-log gebruikt één gedeelde SQLite-verbinding (fd-lek per job verholpen);
  joblogs afgekapt op 2000 regels.
- VERSION-bestand is de enige bron voor het versienummer.
- pytest-suite toegevoegd (74 tests) en als stap in beide deploy-workflows.
- fix-config.sh verwijderd (hardgecodeerd intern IP, overschreef config).

Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
2026-07-26 14:40:05 +02:00

42 lines
1.6 KiB
YAML

services:
server-up:
build:
context: .
args:
# Bakt de versie in het image. De deploy-workflow zet SU_VERSION
# (git-tag of main-<sha>); zonder waarde valt het terug op 'dev'.
SU_VERSION: ${SU_VERSION:-dev}
image: server-up:latest
container_name: server-up
hostname: server-up
user: "0:0"
volumes:
- /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock
- su-data:/data
# Same-path mount: pad binnen container = pad op host
# Wijzig BASE_DIR in .env om alle paden te verplaatsen
- ${BASE_DIR:-/opt/serverup}:${BASE_DIR:-/opt/serverup}
ports:
# Standaard alleen bereikbaar vanaf de host zelf. Server Up beheert de
# Docker-daemon, dus zet dit pas open als er een reverse proxy met TLS
# voor staat: BIND=0.0.0.0 in .env (en stel in de UI de trusted proxy in).
- "${BIND:-127.0.0.1}:${PORT:-5000}:5000"
environment:
- PORT=5000
- HOME=/root
- SU_CONFIG=/data/config.json
- SU_AUDIT=/data/audit.db
- SU_GIT_CACHE=/data/git
- SU_CONTAINER=server-up
# Versie die de UI toont (overschrijft de ingebakken default).
- SU_VERSION=${SU_VERSION:-dev}
# Voeg eigen app-repos toe zonder wizard. Eenmalig opgeslagen in config.json.
# Format: JSON-array van repo-objecten. Velden: id, url, branch, subdir, name, token (optioneel).
# Voorbeeld:
# - SU_BOOT_REPOS=[{"id":"mijn-apps","name":"Mijn Apps","url":"https://github.com/gebruiker/mijn-apps.git","branch":"main","subdir":"apps"}]
# Debug-endpoints inschakelen (api/debug/*):
# - SU_DEBUG=1
restart: unless-stopped
volumes:
su-data: