server-up/.forgejo/workflows/build.yml
Ramon 342b2ee9e5
All checks were successful
Deploy server-up (dev) / deploy (push) Successful in 1m38s
ci: tests in een container draaien in plaats van een venv op de runner
De testsstap die ik in v0.5.00 toevoegde blokkeerde de deploy: de runner heeft
geen python3-venv, dus `python3 -m venv` faalde en alle volgende stappen werden
overgeslagen.

- Tests draaien nu in python:3.12-slim via docker, dat de runner sowieso heeft.
  Bijkomend voordeel: dezelfde Python-versie als waarop de app in productie
  draait, in plaats van wat er toevallig op de runner staat.
- PYTHONDONTWRITEBYTECODE en -p no:cacheprovider voorkomen dat de container
  root-eigen __pycache__/.pytest_cache in de werkmap achterlaat, wat de
  rsync-stap en volgende checkouts zou kunnen hinderen.
- Pip-cache in een named volume, zodat een herhaalde run niet opnieuw downloadt.

Toegepast in deploy.yml, deploy-prod.yml en build.yml.

Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
2026-07-26 22:34:14 +02:00

98 lines
3.4 KiB
YAML

# Forgejo Actions — bouw het image en push het naar de container-registry.
#
# Dit image is wat de "Nu bijwerken"-knop in Server Up ophaalt. Draait bij elke
# v*-tag, zodat elke release (en pre-release) een image krijgt met dezelfde tag
# als de release zelf: v0.5.10 → server-up:0.5.10.
#
# Vereisten (Repository → Settings):
# Variables → REGISTRY = git.example.com (host van je Forgejo)
# OWNER = bes-r (gebruiker/organisatie)
# Secrets → PACKAGE_TOKEN = <token met write:package>
#
# Zie docs/updates.md voor de complete instelling.
name: Build en push image (handmatig)
# Alleen handmatig. Bij een v*-tag bouwt en pusht deploy-prod.yml het image al
# in dezelfde job — zo kan er geen wachtrij ontstaan waarin de deploy op een
# build wacht die zelf nog in de rij staat.
on:
workflow_dispatch:
inputs:
tag:
description: "Versie om te bouwen (bv. 0.5.10). Leeg = VERSION-bestand"
required: false
jobs:
build:
runs-on: [self-hosted, prod]
timeout-minutes: 30
steps:
- name: Checkout
uses: actions/checkout@v4
- name: Versie en tags bepalen
id: meta
run: |
set -euo pipefail
VERSION="${{ inputs.tag }}"
if [ -z "$VERSION" ]; then
VERSION="$(tr -d '[:space:]' < VERSION)"
fi
IMAGE="${{ vars.REGISTRY }}/${{ vars.OWNER }}/server-up"
echo "VERSION=${VERSION}" >> "$GITHUB_ENV"
echo "IMAGE=${IMAGE}" >> "$GITHUB_ENV"
# Pre-release (tag met een streepje, bv. v0.5.10-beta1) krijgt géén
# 'latest'-tag: die hoort bij het stable-kanaal.
if [[ "$VERSION" == *-* ]]; then
echo "EXTRA_TAG=beta" >> "$GITHUB_ENV"
else
echo "EXTRA_TAG=latest" >> "$GITHUB_ENV"
fi
echo "Bouwen: ${IMAGE}:${VERSION}"
- name: Tests draaien
run: |
set -euo pipefail
# In een container in plaats van een venv op de runner: die heeft
# geen python3-venv, en zo draaien de tests bovendien op exact de
# Python-versie waarop de app in productie draait.
# PYTHONDONTWRITEBYTECODE + no:cacheprovider voorkomen dat er
# root-eigen bestanden in de werkmap achterblijven.
docker run --rm \
-v "$PWD:/w" -w /w \
-v su-pip-cache:/root/.cache/pip \
-e PYTHONDONTWRITEBYTECODE=1 \
python:3.12-slim \
sh -c "pip install -q -r server-up/requirements.txt pytest \
&& python -m pytest tests -q -p no:cacheprovider"
- name: Inloggen op de registry
run: |
set -euo pipefail
echo "${{ secrets.PACKAGE_TOKEN }}" \
| docker login "${{ vars.REGISTRY }}" \
-u "${{ vars.OWNER }}" --password-stdin
- name: Bouwen
run: |
set -euo pipefail
docker build \
--pull \
--build-arg "SU_VERSION=${VERSION}" \
-t "${IMAGE}:${VERSION}" \
-t "${IMAGE}:${EXTRA_TAG}" \
.
- name: Pushen
run: |
set -euo pipefail
docker push "${IMAGE}:${VERSION}"
docker push "${IMAGE}:${EXTRA_TAG}"
echo "Gepusht: ${IMAGE}:${VERSION} en ${IMAGE}:${EXTRA_TAG}"
- name: Uitloggen
if: always()
run: docker logout "${{ vars.REGISTRY }}" || true