server-up/.env.example
Ramon 3bee664484
All checks were successful
Deploy server-up (dev) / deploy (push) Successful in 17m1s
Versienummering terug in de 0.7-reeks, stappen van 0.01
Ik sprong met tientallen (0.7.90 → 0.8.00 → … → 0.9.00 → 0.10.00) en liep
daarmee de reeks uit: dit schema rolt over bij .90, dus na 0.9.90 hoort 1.0.00
te komen. "0.10.00" bestond niet, en schond ook het formaat v0.0.00 uit de
projectafspraken.

De vijftien uitgaven van deze sessie zijn hernummerd naar 0.7.81 t/m 0.7.95,
aaneengesloten. In één doorloop met een tabel, want 0.8.81 wordt 0.7.90 en
0.7.90 wordt 0.7.81 — achtereenvolgende vervangingen zouden elkaar overschrijven.

Meegenomen: verwijzingen in de documentatie, .env.example, install.sh en de
tests. Verkorte vormen als "vanaf v0.10" zijn vervangen door het volledige
nummer, want die waren niet automatisch te herleiden.

De commit-onderwerpen in de geschiedenis dragen nog de oude nummers; VERSION en
CHANGELOG zijn leidend.

Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01Q9eqpADJSRs49SoGGr4NAy
2026-08-03 07:51:05 +02:00

64 lines
3 KiB
Text

# Instellingen van deze Server Up-installatie.
#
# Kopieer naar `.env` in dezelfde map als docker-compose.yml. Het bestand staat
# in .gitignore en wordt door de deploy-workflow met rust gelaten, dus wat je
# hier zet blijft staan bij een update.
#
# cp .env.example .env
# ── Bereikbaarheid ───────────────────────────────────────────────────────────
# Op welk adres de poort wordt gepubliceerd.
# 127.0.0.1 alleen vanaf de server zelf (standaard, veiligst)
# 0.0.0.0 vanaf het hele netwerk — doe dit alleen achter een reverse proxy
# met TLS, want Server Up beheert Docker als root
BIND=127.0.0.1
# Poort op de host.
PORT=5000
# ── Versie en bijwerken ──────────────────────────────────────────────────────
# Welke image-tag draait. De deploy-workflow schrijft deze waarde zelf; met de
# hand aanpassen kan om terug te rollen naar een eerdere versie.
#SU_TAG=0.5.40-beta
# Registry-image, zónder tag. Staat dit ingevuld, dan draait deze server vanaf
# een registry en werkt de knop "Nu bijwerken" in de interface. Laat het leeg
# als de server zelf bouwt na een push naar Git — dan is Git de update-route.
# Zie docs/updates.md.
#SU_IMAGE=git.example.com/bes-r/server-up
# ── Overig ───────────────────────────────────────────────────────────────────
# De hoofdmap voor stacks, appdata en backups. Dit pad wordt in de container op
# hetzelfde pad gemount, zodat compose-bestanden kloppen, én meegegeven aan de
# app, zodat de standaarden eronder vallen:
# <BASE_DIR>/stacks <BASE_DIR>/appdata <BASE_DIR>/backups
#
# Wijzig je dit ná de installatie, dan moet je ook de bestaande data verplaatsen.
# Doe dat via Instellingen → Paden; die knop kopieert eerst, controleert, en
# ruimt het oude pas daarna op. Alleen deze regel aanpassen laat je data staan
# waar hij stond.
#BASE_DIR=/opt/serverup
# Onder welk account Server Up draait. install.sh vult dit in; 0 (of leeg) is
# root, zoals vóór v0.7.93. De container start altijd als root — dat moet, want
# het docker-volume is van root — en zakt daarna af naar deze uid/gid.
#
# Loop je ergens tegenaan, zet ze dan allebei op 0 en draai `docker compose up -d`.
# Zie docs/beveiliging.md voor wat dit wel en niet oplevert.
#SU_UID=0
#SU_GID=0
# Zet op 1 zodra alles via HTTPS loopt: de sessiecookie krijgt dan de
# Secure-vlag.
#SU_HTTPS=1
# Extra app-repositories zonder de wizard, als JSON-array. Eenmalig ingelezen
# en daarna opgeslagen in config.json.
#SU_BOOT_REPOS=[{"id":"mijn-apps","name":"Mijn Apps","url":"https://…","branch":"main","subdir":"apps"}]
# Debug-endpoints (/api/debug/*) inschakelen. Alleen tijdelijk gebruiken:
# /api/debug/config toont de volledige configuratie.
#SU_DEBUG=1