All checks were successful
Deploy server-up (dev) / deploy (push) Successful in 39s
BIND bleef niet staan. Oorzaak: docker-compose.yml staat in Git, dus rsync zet
dat bestand bij elke deploy terug; een wijziging daarin op de server houdt het
nooit. De juiste plek is .env ernaast, maar dat bestand bevatte na een deploy
alleen een kale SU_TAG-regel en was daarmee niet vindbaar.
- Bestaat er nog geen .env, dan zet de deploy hem op vanuit .env.example, met
alle instellingen erin en uitleg per sleutel. Een bestaande .env blijft
ongemoeid (rsync slaat hem al over sinds 6d5453e).
- De deploy logt nu welke instellingen actief zijn, zodat je in de run-log ziet
wat er staat.
- Waarschuwing in docker-compose.yml zelf dat je BIND daar niet moet aanpassen
maar in .env. Dat bestand wordt toch elke deploy teruggezet, dus de tip staat
er altijd.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
50 lines
2.1 KiB
YAML
50 lines
2.1 KiB
YAML
services:
|
|
server-up:
|
|
build:
|
|
context: .
|
|
args:
|
|
# Bakt de versie in het image. De deploy-workflow zet SU_VERSION
|
|
# (git-tag of main-<sha>); zonder waarde valt het terug op 'dev'.
|
|
SU_VERSION: ${SU_VERSION:-dev}
|
|
# Image + tag staan los, zodat bijwerken vanuit de interface werkt: die
|
|
# schrijft SU_TAG in .env en laat compose de container hercreëren.
|
|
# Wil je bijwerken via de interface, zet SU_IMAGE dan op je registry:
|
|
# SU_IMAGE=git.example.com/bes-r/server-up
|
|
image: ${SU_IMAGE:-server-up}:${SU_TAG:-latest}
|
|
container_name: server-up
|
|
hostname: server-up
|
|
user: "0:0"
|
|
volumes:
|
|
- /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock
|
|
- su-data:/data
|
|
# Same-path mount: pad binnen container = pad op host
|
|
# Wijzig BASE_DIR in .env om alle paden te verplaatsen
|
|
- ${BASE_DIR:-/opt/serverup}:${BASE_DIR:-/opt/serverup}
|
|
ports:
|
|
# Standaard alleen bereikbaar vanaf de host zelf. Server Up beheert de
|
|
# Docker-daemon, dus zet dit pas open als er een reverse proxy met TLS
|
|
# voor staat.
|
|
#
|
|
# ⚠ Pas dit hier NIET aan. Dit bestand staat in Git en wordt bij elke
|
|
# deploy overschreven. Zet BIND=0.0.0.0 in .env ernaast — dat bestand
|
|
# blijft wél staan. Zie .env.example.
|
|
- "${BIND:-127.0.0.1}:${PORT:-5000}:5000"
|
|
environment:
|
|
- PORT=5000
|
|
- HOME=/root
|
|
- SU_CONFIG=/data/config.json
|
|
- SU_AUDIT=/data/audit.db
|
|
- SU_GIT_CACHE=/data/git
|
|
- SU_CONTAINER=server-up
|
|
# Versie die de UI toont (overschrijft de ingebakken default).
|
|
- SU_VERSION=${SU_VERSION:-dev}
|
|
# Voeg eigen app-repos toe zonder wizard. Eenmalig opgeslagen in config.json.
|
|
# Format: JSON-array van repo-objecten. Velden: id, url, branch, subdir, name, token (optioneel).
|
|
# Voorbeeld:
|
|
# - SU_BOOT_REPOS=[{"id":"mijn-apps","name":"Mijn Apps","url":"https://github.com/gebruiker/mijn-apps.git","branch":"main","subdir":"apps"}]
|
|
# Debug-endpoints inschakelen (api/debug/*):
|
|
# - SU_DEBUG=1
|
|
restart: unless-stopped
|
|
|
|
volumes:
|
|
su-data:
|