Some checks failed
Deploy server-up (dev) / deploy (push) Failing after 2m40s
- LIBRARY_DIR, DATA_DIR en BACKUP_DIR worden afgeleid van BASE_DIR in plaats van hard op /opt/serverup te staan - docker-compose geeft BASE_DIR nu ook aan de container door; die stond alleen in de mount, dus de app bleef /opt/serverup voorstellen bij een /srv-mount - het installatieformulier vult appdata_dir met de ingestelde DATA_DIR, zodat alle 286 sjablonen de juiste map voorstellen - Instellingen → Paden heeft een hoofdmap met afgeleide submappen, een kopieerknop per pad en "Alles overnemen" - nieuw GET /api/paths/check: is het pad schrijfbaar en binnen de gemounte BASE_DIR, met de .env-regel als dat niet zo is - nieuw POST /api/paths/move: stacks stoppen, kopiëren, controleren, paden in compose/.env/metadata omschrijven, stacks starten en pas dán het oude opruimen - jobs.voortgang() plus een voortgangsbalk boven het terminallog - core/paden.py met meten, bereikbaarheid, verhuizen en omschrijven - docs/installeren.md en .env.example beschrijven BASE_DIR als de manier om alles te verplaatsen Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com> Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01Q9eqpADJSRs49SoGGr4NAy
54 lines
2.3 KiB
YAML
54 lines
2.3 KiB
YAML
services:
|
|
server-up:
|
|
build:
|
|
context: .
|
|
args:
|
|
# Bakt de versie in het image. De deploy-workflow zet SU_VERSION
|
|
# (git-tag of main-<sha>); zonder waarde valt het terug op 'dev'.
|
|
SU_VERSION: ${SU_VERSION:-dev}
|
|
# Image + tag staan los, zodat bijwerken vanuit de interface werkt: die
|
|
# schrijft SU_TAG in .env en laat compose de container hercreëren.
|
|
# Wil je bijwerken via de interface, zet SU_IMAGE dan op je registry:
|
|
# SU_IMAGE=git.example.com/bes-r/server-up
|
|
image: ${SU_IMAGE:-server-up}:${SU_TAG:-latest}
|
|
container_name: server-up
|
|
hostname: server-up
|
|
user: "0:0"
|
|
volumes:
|
|
- /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock
|
|
- su-data:/data
|
|
# Same-path mount: pad binnen container = pad op host
|
|
# Wijzig BASE_DIR in .env om alle paden te verplaatsen
|
|
- ${BASE_DIR:-/opt/serverup}:${BASE_DIR:-/opt/serverup}
|
|
ports:
|
|
# Standaard alleen bereikbaar vanaf de host zelf. Server Up beheert de
|
|
# Docker-daemon, dus zet dit pas open als er een reverse proxy met TLS
|
|
# voor staat.
|
|
#
|
|
# ⚠ Pas dit hier NIET aan. Dit bestand staat in Git en wordt bij elke
|
|
# deploy overschreven. Zet BIND=0.0.0.0 in .env ernaast — dat bestand
|
|
# blijft wél staan. Zie .env.example.
|
|
- "${BIND:-127.0.0.1}:${PORT:-5000}:5000"
|
|
environment:
|
|
- PORT=5000
|
|
- HOME=/root
|
|
- SU_CONFIG=/data/config.json
|
|
- SU_AUDIT=/data/audit.db
|
|
- SU_GIT_CACHE=/data/git
|
|
- SU_CONTAINER=server-up
|
|
# Dezelfde waarde als de mount hierboven, zodat de app zijn standaard
|
|
# paden (stacks, appdata, backups) onder de juiste map zoekt. Zonder dit
|
|
# mount je /srv terwijl de app /opt/serverup blijft voorstellen.
|
|
- BASE_DIR=${BASE_DIR:-/opt/serverup}
|
|
# Versie die de UI toont (overschrijft de ingebakken default).
|
|
- SU_VERSION=${SU_VERSION:-dev}
|
|
# Voeg eigen app-repos toe zonder wizard. Eenmalig opgeslagen in config.json.
|
|
# Format: JSON-array van repo-objecten. Velden: id, url, branch, subdir, name, token (optioneel).
|
|
# Voorbeeld:
|
|
# - SU_BOOT_REPOS=[{"id":"mijn-apps","name":"Mijn Apps","url":"https://github.com/gebruiker/mijn-apps.git","branch":"main","subdir":"apps"}]
|
|
# Debug-endpoints inschakelen (api/debug/*):
|
|
# - SU_DEBUG=1
|
|
restart: unless-stopped
|
|
|
|
volumes:
|
|
su-data:
|