# Installeren ## In één regel ```bash curl -fsSL https://git.ramonbesselink.nl/bes-r/server-up/raw/branch/main/install.sh | sh ``` Dat installeert Server Up in `/opt/server-up`, bereikbaar op `http://localhost:5000`. **Liever eerst zien wat je uitvoert?** Verstandig — je haalt een script binnen dat root-rechten gebruikt: ```bash curl -fsSL https://git.ramonbesselink.nl/bes-r/server-up/raw/branch/main/install.sh -o install.sh less install.sh sh install.sh ``` Wil je alleen weten wát het zou doen, zonder dat er iets verandert: ```bash sh install.sh --dry-run ``` --- ## Wat het script doet 1. Controleert of je op Linux zit en of `curl` en `tar` aanwezig zijn 2. Kijkt of Docker draait — zo niet, biedt het aan die te installeren via het officiële script van docker.com (het vraagt eerst) 3. Kloont de repo naar `/opt/server-up` (of pakt het tar-archief uit als git ontbreekt) 4. Maakt `.env` aan op basis van `.env.example`, met jouw poort en bind-adres 5. Bouwt het image en start de container 6. Wacht tot `/healthz` antwoordt en toont waar je terecht kunt Het gebruikt alleen `sudo` waar dat nodig is. Kun je zelf al in de doelmap schrijven én `docker` aanroepen, dan blijft alles onder je eigen account. --- ## Opties ``` --dir PAD Installatiemap (standaard: /opt/server-up) --port POORT Poort voor de webinterface (standaard: 5000) --bind ADRES Waarop de poort luistert (standaard: 127.0.0.1) --branch NAAM Branch om te installeren (standaard: main) --token TOKEN Toegangstoken, als je repo niet openbaar is --base-dir PAD Hoofdmap voor stacks, appdata en backups (standaard: /opt/serverup) --user NAAM Account waaronder Server Up draait ('serverup' wordt zo nodig aangemaakt; 'root' is de oude situatie) --admin NAAM Maak meteen een beheerdersaccount met deze naam --admin-password-file PAD Lees het wachtwoord uit een bestand --create-admin Alleen het account aanmaken, bij een draaiende installatie --update Bijwerken naar de nieuwste versie --uninstall Stoppen en verwijderen (gegevens blijven staan) --purge Bij --uninstall: ook het volume, je gegevensmap en het aangemaakte account weg. Vraagt per onderdeel. --reconfigure Bind, poort, account of hoofdmap wijzigen zonder opnieuw te installeren --doctor Een bestaande installatie doorlichten --yes Niets vragen --dry-run Alleen tonen wat er zou gebeuren ``` Het script vraagt ook wanneer je het met `curl … | sh` draait: het praat met je terminal, niet met stdin. Wil je écht niets gevraagd krijgen, gebruik dan `--yes`. Duurt de eerste start langer dan anderhalve minuut — een trage schijf, een zwakke machine — zet dan het aantal pogingen hoger: ```bash SU_WACHT_POGINGEN=120 sh install.sh ``` ### Voorbeelden ```bash # Standaard: vraagt waarop het moet luisteren en of je een account wil sh install.sh # Bereikbaar op je netwerk, andere poort sh install.sh --bind 0.0.0.0 --port 8080 # Volledig automatisch, met account SU_ADMIN_PASSWORD='een-lang-wachtwoord' sh install.sh --admin ramon --yes # Ergens anders neerzetten sh install.sh --dir /srv/server-up # De beta-branch, zonder vragen sh install.sh --branch dev --yes # Uit een repo die niet openbaar is sh install.sh --token jouw-forgejo-token ``` --- ## Onder welk account het draait Bij de installatie wordt gevraagd onder welk account Server Up moet draaien: ``` Onder welk account moet Server Up draaien? Het draait nu nog als root; dat hoeft niet voor alles. 1) Een nieuw account 'serverup' aanmaken — aanbevolen Systeemaccount zonder shell en zonder wachtwoord. 2) ramon — het account waarmee je nu werkt 3) Een bestaand account kiezen 4) Als root draaien — zoals voorheen ``` Met `--user NAAM` of `--yes` sla je de vraag over; dan wordt het `serverup`. De keuze komt als `SU_UID`/`SU_GID` in je `.env` en blijft bij een `--update` staan. Zet dat account **niet** in de `docker`-groep. Dat geeft het root op je machine en is niet nodig — de container regelt de toegang tot de socket zelf. Wat dit wel en niet oplevert staat in [beveiliging.md](beveiliging.md). --- ## Waar je gegevens staan `--dir` bepaalt waar Server Up zélf staat. Waar je *stacks, appdata en backups* komen is een aparte keuze: dat is `BASE_DIR` in `.env`, standaard `/opt/serverup`. Alles valt daaronder: ``` /opt/serverup/stacks de compose-bestanden van je apps /opt/serverup/appdata de gegevens van je apps /opt/serverup/backups de backups ``` Wil je alles onder `/srv`, geef dat dan bij de installatie mee: ```bash sh install.sh --base-dir /srv/serverup ``` Achteraf kan het ook, maar dan verhuist je data niet mee — daarvoor is Instellingen → Paden (zie hieronder): ```bash echo 'BASE_DIR=/srv/serverup' >> .env docker compose up -d ``` Die map wordt in de container op hetzelfde pad gemount, zodat de paden in je compose-bestanden op de host kloppen. Server Up kan daardoor **alleen bij paden onder `BASE_DIR`**. Vul je in de interface een map buiten die boom in, dan zegt hij welke regel je in `.env` moet zetten in plaats van stilletjes naar een map binnen de container te schrijven — die je op de host nooit terugziet. ### Later verhuizen Staat er al data, dan is `.env` aanpassen niet genoeg: je stacks blijven naar hun oude appdata-map wijzen. Ga naar **Instellingen → Paden**, vul de nieuwe hoofdmap in en klik op **Alles overnemen**. Server Up: 1. stopt de draaiende stacks 2. kopieert alles naar de nieuwe plek, met een voortgangsbalk 3. controleert of aantal en omvang kloppen 4. schrijft de paden in elke stack om (`docker-compose.yml`, `.env`, metadata) 5. start de stacks weer op de nieuwe plek 6. **en ruimt pas daarna het oude op** Klopt de controle niet, dan blijft het origineel staan en krijg je de fout te zien. Ligt de nieuwe map buiten de huidige `BASE_DIR`, zet die dan eerst in `.env` en draai `docker compose up -d`; daarna kun je verhuizen. --- ## Doorlichten Werkt er iets niet, of wil je weten of alles klopt: ```bash sh /opt/server-up/install.sh --doctor ``` Hij kijkt alleen; er wordt niets gewijzigd. Wat hij nagaat: - of er een installatie staat, en of `.env` afgeschermd is (daar staan tokens in) - of de Docker-daemon reageert en de container draait en gezond is - of de webinterface antwoordt **op het adres waarop compose publiceert**, niet op een aanname - onder welk account hij draait, en of dat overeenkomt met `SU_UID` in `.env` — staat er iets anders, dan is de container nog niet hercreëerd - of `BASE_DIR` echt in de container gekoppeld is. Bestaan is niet genoeg: een niet-gekoppelde map bestaat wél binnen de container, maar wat daar geschreven wordt komt nooit op de host terecht - hoeveel er in `stacks`, `appdata` en `backups` staat, van wie die mappen zijn, en hoeveel ruimte er over is De exitcode is 1 als er fouten zijn, zodat je hem in een controle kunt hangen. --- ## Instellingen wijzigen Wil je alleen het bind-adres, de poort of het account veranderen, dan hoef je niet bij te werken — dat zou ongewild ook nieuwe code binnenhalen: ```bash sh /opt/server-up/install.sh --reconfigure ``` Hij toont wat er nu staat, stelt dezelfde vragen als bij de installatie en start de container opnieuw. De broncode blijft ongemoeid. --- ## Bijwerken en terugrollen ```bash sh /opt/server-up/install.sh --update ``` Komt de nieuwe versie niet omhoog, dan zet het script de broncode terug op de commit van vóór het bijwerken en start die opnieuw. Lukt dat, dan draai je weer op je oude versie en is de exitcode 1 — geen stilstaande server en geen rijtje commando's dat je zelf moet uitvoeren. Draait je installatie vanaf een registry-image (`SU_IMAGE` in `.env`), dan haalt het script dat op in plaats van zelf te bouwen. Dat scheelt de paar minuten die een build kost. --- ## Het beheerdersaccount Server Up beheert de Docker-daemon, en wie containers kan starten kan willekeurige mappen van de host mounten. Zolang er nog geen account is, kan iedereen die de pagina bereikt het claimen — dus hoe korter dat venster, hoe beter. Het script kan het account daarom meteen aanmaken. Op een terminal vraagt het script erom. Automatisch kan het ook: ```bash # Wachtwoord uit een bestand sh install.sh --admin ramon --admin-password-file /root/su-ww --yes # Of uit een omgevingsvariabele SU_ADMIN_PASSWORD='een-lang-wachtwoord' sh install.sh --admin ramon --yes ``` Geef je geen wachtwoord en is er geen terminal, dan maakt het script er zelf een van 24 tekens en zet die op het scherm. Schrijf die meteen over — hij staat nergens anders. > Het wachtwoord kan **niet** als optie mee. Opdrachtregelargumenten zijn voor > elke gebruiker op de server zichtbaar met `ps` en blijven in je > shell-geschiedenis staan. `--admin-password` weigert daarom met een verwijzing > naar de twee manieren hierboven. Ging het aanmaken mis, of heb je het overgeslagen? Dan kan het achteraf, zolang er nog geen account bestaat: ```bash sh /opt/server-up/install.sh --create-admin --admin ramon ``` Eist minstens 10 tekens, net als de webinterface. --- ## Bereikbaarheid Het script vraagt waarop de webinterface moet luisteren: | Keuze | `BIND` | Wanneer | |---|---|---| | Alleen deze server | `127.0.0.1` | Standaard en veiligst. Erbij via een SSH-tunnel of een reverse proxy op dezelfde machine. | | Het hele netwerk | `0.0.0.0` | Direct bereikbaar op het adres van je server. Zet er een reverse proxy met TLS voor. | | Een specifiek adres | zelf opgeven | Bijvoorbeeld alleen je beheernetwerk. | Achteraf wijzigen kan met dezelfde optie; die wordt ook doorgevoerd in een `.env` die er al staat: ```bash sh /opt/server-up/install.sh --update --bind 0.0.0.0 ``` Wat je *niet* expliciet meegeeft blijft staan zoals het was, zodat een `--update` je instellingen niet terugzet. Pas `BIND` daarom aan in `.env` of via deze optie — **niet** in `docker-compose.yml`, want dat bestand komt uit de repo en wordt bij elke update overschreven. Zie [beveiliging.md](beveiliging.md) voor de reverse proxy, rollen en SSO. --- ## Bijwerken ```bash sh /opt/server-up/install.sh --update ``` Haalt de nieuwste versie op, bouwt opnieuw en herstart. Je `.env` blijft staan, net als je stacks en gegevens. Draait Server Up vanaf een registry-image, dan kun je ook bijwerken vanuit de interface zelf — zie [updates.md](updates.md). --- ## Verwijderen ```bash sh /opt/server-up/install.sh --uninstall ``` Stopt en verwijdert de container. **Je gegevens blijven staan**: het docker-volume `su-data` (instellingen, accounts, auditlog) en je stackmappen onder `BASE_DIR` (standaard `/opt/serverup`). Het script somt op wat er blijft. Alles definitief weg: ```bash sh /opt/server-up/install.sh --uninstall --purge ``` Dat vraagt **per onderdeel** apart — het volume, je gegevensmap, het account dat bij de installatie is aangemaakt, en de installatiemap zelf. Bij de gegevensmap toont het eerst hoe groot die is, want daar staat alles van al je apps in. --- ## Handmatig, zonder script ```bash git clone https://git.ramonbesselink.nl/bes-r/server-up.git /opt/server-up cd /opt/server-up cp .env.example .env $EDITOR .env docker compose up -d --build ``` --- ## Als er iets misgaat | Melding | Wat er aan de hand is | |---|---| | `Geen root en geen sudo` | Draai als root, of kies met `--dir` een map waar je zelf in mag schrijven | | `Docker is geïnstalleerd maar de daemon reageert niet` | `systemctl start docker` | | `De docker-compose-plugin ontbreekt` | Installeer `docker-compose-plugin` via je pakketbeheerder | | `Ophalen mislukt. Is de repo openbaar?` | Gebruik `--token` met een Forgejo-token dat de repo mag lezen | | Reageert niet binnen anderhalve minuut | `docker compose -f /opt/server-up/docker-compose.yml logs --tail=50` | Laadt de interface zonder opmaak, dan is het downloaden van de front-end- bestanden tijdens de build misgegaan. Server Up meldt dat bij het opstarten in zijn eigen log; opnieuw bouwen lost het meestal op.