# Instellingen van deze Server Up-installatie. # # Kopieer naar `.env` in dezelfde map als docker-compose.yml. Het bestand staat # in .gitignore en wordt door de deploy-workflow met rust gelaten, dus wat je # hier zet blijft staan bij een update. # # cp .env.example .env # ── Bereikbaarheid ─────────────────────────────────────────────────────────── # Op welk adres de poort wordt gepubliceerd. # 127.0.0.1 alleen vanaf de server zelf (standaard, veiligst) # 0.0.0.0 vanaf het hele netwerk — doe dit alleen achter een reverse proxy # met TLS, want Server Up beheert Docker als root BIND=127.0.0.1 # Poort op de host. PORT=5000 # ── Versie en bijwerken ────────────────────────────────────────────────────── # Welke image-tag draait. De deploy-workflow schrijft deze waarde zelf; met de # hand aanpassen kan om terug te rollen naar een eerdere versie. #SU_TAG=0.5.40-beta # De versie die bij die image-tag hoort. De deploy-workflow en updatehelper # houden SU_TAG en SU_VERSION samen bij; normaal hoef je dit niet zelf te zetten. #SU_VERSION=0.5.40-beta # Registry-image, zónder tag. Staat dit ingevuld, dan draait deze server vanaf # een registry en werkt de knop "Nu bijwerken" in de interface. Laat het leeg # als de server zelf bouwt na een push naar Git — dan is Git de update-route. # Zie docs/updates.md. #SU_IMAGE=git.example.com/bes-r/server-up # ── Overig ─────────────────────────────────────────────────────────────────── # De hoofdmap voor stacks, appdata en backups. Dit pad wordt in de container op # hetzelfde pad gemount, zodat compose-bestanden kloppen, én meegegeven aan de # app, zodat de standaarden eronder vallen: # /stacks /appdata /backups # # Wijzig je dit ná de installatie, dan moet je ook de bestaande data verplaatsen. # Doe dat via Instellingen → Paden; die knop kopieert eerst, controleert, en # ruimt het oude pas daarna op. Alleen deze regel aanpassen laat je data staan # waar hij stond. #BASE_DIR=/opt/serverup # Onder welk account Server Up draait. install.sh vult dit in; 0 (of leeg) is # root, zoals vóór v0.7.93. De container start altijd als root — dat moet, want # het docker-volume is van root — en zakt daarna af naar deze uid/gid. # # Loop je ergens tegenaan, zet ze dan allebei op 0 en draai `docker compose up -d`. # Zie docs/beveiliging.md voor wat dit wel en niet oplevert. #SU_UID=0 #SU_GID=0 # Zet op 1 zodra alles via HTTPS loopt: de sessiecookie krijgt dan de # Secure-vlag. #SU_HTTPS=1 # Extra app-repositories zonder de wizard, als JSON-array. Eenmalig ingelezen # en daarna opgeslagen in config.json. #SU_BOOT_REPOS=[{"id":"mijn-apps","name":"Mijn Apps","url":"https://…","branch":"main","subdir":"apps"}] # Debug-endpoints (/api/debug/*) inschakelen. Alleen tijdelijk gebruiken: # /api/debug/config toont de volledige configuratie. #SU_DEBUG=1