Ik sprong met tientallen (0.7.90 → 0.8.00 → … → 0.9.00 → 0.10.00) en liep
daarmee de reeks uit: dit schema rolt over bij .90, dus na 0.9.90 hoort 1.0.00
te komen. "0.10.00" bestond niet, en schond ook het formaat v0.0.00 uit de
projectafspraken.
De vijftien uitgaven van deze sessie zijn hernummerd naar 0.7.81 t/m 0.7.95,
aaneengesloten. In één doorloop met een tabel, want 0.8.81 wordt 0.7.90 en
0.7.90 wordt 0.7.81 — achtereenvolgende vervangingen zouden elkaar overschrijven.
Meegenomen: verwijzingen in de documentatie, .env.example, install.sh en de
tests. Verkorte vormen als "vanaf v0.10" zijn vervangen door het volledige
nummer, want die waren niet automatisch te herleiden.
De commit-onderwerpen in de geschiedenis dragen nog de oude nummers; VERSION en
CHANGELOG zijn leidend.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01Q9eqpADJSRs49SoGGr4NAy
- bij de installatie wordt gevraagd onder welk account Server Up draait: een
nieuw systeemaccount 'serverup', het account waarmee je werkt, een bestaand
account, of root zoals voorheen (--user NAAM slaat de vraag over)
- nieuw docker-entrypoint.sh: start als root, zet /data, stacks en backups
klaar, en zakt met setpriv af naar SU_UID:SU_GID met de capabilities die
nodig blijven (chown, dac_override, fowner - alle drie al in Docker's
standaardset)
- appdata blijft daarbij bewust ongemoeid; die mappen zijn van de apps zelf
- de gid van de docker-socket wordt uit de socket zelf gelezen, zodat het
account niet in de docker-groep hoeft (dat zou root op de host geven)
- installatieformulier vult PUID/PGID met de ids waaronder Server Up draait in
plaats van de 1000 die 44 sjablonen blind noemen
- een onleesbaar bestand laat de rest van de backup niet meer sneuvelen; wat
ontbreekt komt in het log en in de metadata (skipped)
- terugzetten herstelt het eigenaarschap van appdata, dat tarfile met
filter="data" laat vallen
- CI controleert in een echte container dat setpriv bestaat, dat er wordt
afgezakt, dat de socket-gid meekomt, dat /data schrijfbaar is en dat SU_UID=0
root laat blijven
- SU_UID=0 in .env is de ontsnappingsklep naar het oude gedrag
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01Q9eqpADJSRs49SoGGr4NAy
- LIBRARY_DIR, DATA_DIR en BACKUP_DIR worden afgeleid van BASE_DIR in plaats
van hard op /opt/serverup te staan
- docker-compose geeft BASE_DIR nu ook aan de container door; die stond alleen
in de mount, dus de app bleef /opt/serverup voorstellen bij een /srv-mount
- het installatieformulier vult appdata_dir met de ingestelde DATA_DIR, zodat
alle 286 sjablonen de juiste map voorstellen
- Instellingen → Paden heeft een hoofdmap met afgeleide submappen, een
kopieerknop per pad en "Alles overnemen"
- nieuw GET /api/paths/check: is het pad schrijfbaar en binnen de gemounte
BASE_DIR, met de .env-regel als dat niet zo is
- nieuw POST /api/paths/move: stacks stoppen, kopiëren, controleren, paden in
compose/.env/metadata omschrijven, stacks starten en pas dán het oude
opruimen
- jobs.voortgang() plus een voortgangsbalk boven het terminallog
- core/paden.py met meten, bereikbaarheid, verhuizen en omschrijven
- docs/installeren.md en .env.example beschrijven BASE_DIR als de manier om
alles te verplaatsen
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01Q9eqpADJSRs49SoGGr4NAy
Nergens stond bij elkaar welke sleutels in het .env van de deploy-map horen.
BIND kwam alleen in docs/beveiliging.md voor, SU_IMAGE en SU_TAG alleen in
docs/updates.md, en de rest nergens.
- .env.example met BIND, PORT, SU_TAG, SU_IMAGE, BASE_DIR, SU_HTTPS,
SU_BOOT_REPOS en SU_DEBUG, elk met uitleg wanneer je ze nodig hebt.
- docs/beveiliging.md wijst er nu naar, met de concrete stappen om de interface
van buiten de server bereikbaar te maken.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb