De testsuite controleert alleen of een sjabloon geldige YAML oplevert. Een
depends_on in de verkeerde vorm of network_mode naast networks is prima YAML en
een kapotte stack — dat merkte je pas als iemand de app installeerde.
- tools/render_voor_validatie.py rendert elk sjabloon naar echte
compose-bestanden; sjablonen met schakelbare onderdelen leveren meerdere
varianten op (standaard, alles aan, met en zonder VPN), zodat ook de
conditionele blokken langskomen die met alleen de standaardwaarden nooit
gerenderd worden
- Nieuwe stap in build.yml, deploy.yml en deploy-prod.yml die er
`docker compose config` overheen haalt. Renderen gebeurt in de
python-container, valideren op de runner zelf: Python en Docker staan in CI
niet op dezelfde plek
145 bestanden uit 142 sjablonen.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01Q9eqpADJSRs49SoGGr4NAy
De stap "Instellingen en versie klaarzetten" faalde op `touch: cannot touch
'.env': Permission denied`. Het bestand was met sudo aangemaakt en dus van
root, terwijl de runner als een gewone gebruiker draait. Daarmee brak de hele
deploy af op iets dat geen blokkade hoort te zijn.
- SU_TAG wordt nu altijd via de omgeving aan `docker compose` meegegeven
(export SU_TAG). Het wegschrijven in .env blijft de voorkeur, omdat het een
handmatige `docker compose up` overleeft, maar het is niet meer nodig om te
kunnen deployen.
- Is .env niet schrijfbaar, dan meldt de log wie de eigenaar is en welk
chown-commando dat rechtzet, en loopt de deploy gewoon door.
- Het aanmaken vanuit .env.example faalt niet meer hard.
Positief neveneffect van de vorige fix: de log toont nu "Werkmap:
/opt/docker/server-up", dus de cd landt op de juiste plek.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
.env verschijnt niet in de deploy-map en BIND moet nog steeds in
docker-compose.yml worden aangepast. De stappen die .env aanmaken, VERSION
schrijven en compose draaien vertrouwden alle drie op 'working-directory:'.
Wordt dat door de runner niet toegepast, dan belanden die bestanden in de
werkmap van de runner en draait de container vanaf de compose daar - terwijl
de rsync (die een expliciet pad gebruikt) wel netjes naar /opt/docker/server-up
schrijft. Dat verklaart precies wat er gemeld wordt.
- Alle stappen doen nu 'cd "$DEPLOY_DIR"' in het script zelf.
- De run-log toont de werkmap, de inhoud van .env, de compose-projectmap
volgens de draaiende container en de daadwerkelijke poortbinding. Daarmee is
in de log te zien waar alles landt in plaats van het te moeten raden.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
BIND bleef niet staan. Oorzaak: docker-compose.yml staat in Git, dus rsync zet
dat bestand bij elke deploy terug; een wijziging daarin op de server houdt het
nooit. De juiste plek is .env ernaast, maar dat bestand bevatte na een deploy
alleen een kale SU_TAG-regel en was daarmee niet vindbaar.
- Bestaat er nog geen .env, dan zet de deploy hem op vanuit .env.example, met
alle instellingen erin en uitleg per sleutel. Een bestaande .env blijft
ongemoeid (rsync slaat hem al over sinds 6d5453e).
- De deploy logt nu welke instellingen actief zijn, zodat je in de run-log ziet
wat er staat.
- Waarschuwing in docker-compose.yml zelf dat je BIND daar niet moet aanpassen
maar in .env. Dat bestand wordt toch elke deploy teruggezet, dus de tip staat
er altijd.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
.env staat in .gitignore, dus de checkout bevat er geen. De rsync-stap draait
met --delete, waardoor /opt/docker/server-up/.env bij elke deploy verdween --
inclusief BIND, PORT en SU_IMAGE die de beheerder daar had gezet.
SU_TAG werd daarna wel opnieuw geschreven, dus dat viel niet op, maar een
BIND=0.0.0.0 raakte je elke run kwijt en daarmee de bereikbaarheid van de
interface van buiten de server.
--exclude='.env' toegevoegd in deploy.yml en deploy-prod.yml.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
De testsstap die ik in v0.5.00 toevoegde blokkeerde de deploy: de runner heeft
geen python3-venv, dus `python3 -m venv` faalde en alle volgende stappen werden
overgeslagen.
- Tests draaien nu in python:3.12-slim via docker, dat de runner sowieso heeft.
Bijkomend voordeel: dezelfde Python-versie als waarop de app in productie
draait, in plaats van wat er toevallig op de runner staat.
- PYTHONDONTWRITEBYTECODE en -p no:cacheprovider voorkomen dat de container
root-eigen __pycache__/.pytest_cache in de werkmap achterlaat, wat de
rsync-stap en volgende checkouts zou kunnen hinderen.
- Pip-cache in een named volume, zodat een herhaalde run niet opnieuw downloadt.
Toegepast in deploy.yml, deploy-prod.yml en build.yml.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
- Update-kanalen stable/beta in plaats van het vinkje "pre-releases meenemen".
Stable ziet alleen releases, beta ook pre-releases; een release telt hoger
dan zijn eigen beta (0.5.10-beta1 < 0.5.10). UPDATE_INCLUDE_PRERELEASE
migreert automatisch naar het beta-kanaal.
- Nieuw core/selfupdate.py: image uit de registry ophalen, SU_TAG wegschrijven
en de eigen container laten hercreeren door een korte helper-container die op
het nieuwe image draait (bevat de docker- en compose-CLI al). Een container
kan zichzelf niet hercreeren, vandaar de helper.
- Deploy-map wordt uitgelezen uit de compose-labels van de eigen container.
Ontbreken die, draait de container niet vanaf een registry-image of is de
docker-socket er niet, dan meldt de UI waarom bijwerken niet kan.
- Vorige tag wordt onthouden; terugrolknop in de instellingen.
- Update-check een uur gecached, met geforceerde check via de knop; eerder deed
elke paginalading een netwerkverzoek. Laatst-gecontroleerd zichtbaar.
- Registry-inloggegevens instelbaar; het token komt net als de git-tokens nooit
terug via de API en leeg laten betekent ongewijzigd.
- docker-compose.yml gebruikt ${SU_IMAGE:-server-up}:${SU_TAG:-latest}; zonder
SU_IMAGE blijft lokaal bouwen werken zoals voorheen.
- deploy-prod.yml bouwt en pusht het image in dezelfde job wanneer SU_IMAGE
ingesteld is; build.yml is nu alleen handmatig. Bewust geen aparte
build-workflow op dezelfde tag: bij een runner met een job tegelijk zou de
deploy wachten op een build die zelf nog in de wachtrij staat.
- docs/updates.md: werking, complete Forgejo-instelling (registry, tokens,
variables, secrets, runners), release-procedure voor stable en beta,
terugrollen en probleemoplossing.
- Tests uitgebreid naar 148 (kanaallogica, cache, image-afleiding incl.
registry-poortnummers, tag-validatie, .env-schrijven, tokenlek).
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb
Server Up beheerde de Docker-daemon als root zonder enige vorm van
authenticatie: elke /api/*-route was gelijk aan root-toegang op de host.
- Authenticatie toegevoegd (core/auth.py): lokale accounts met scrypt-hash,
sessiecookie (HttpOnly, SameSite=Strict) en optionele trusted-proxy-header
SSO die alleen vanaf geconfigureerde proxy-IP's wordt vertrouwd.
- before_request-guard schermt alle API-routes af; loginscherm en
eerste-account-setup in de UI.
- CSRF-token verplicht op elke mutatie; GET-varianten van state-wijzigende
routes verwijderd (o.a. /api/docker/restart was via <img> te triggeren).
- Path traversal in /api/store/install gedicht; gedeelde safe_name()-validatie
voor stack-, instantie- en repo-namen.
- Git-tokens worden niet meer teruggegeven via /api/repos en /api/settings
(has_token-vlag); settings-PUT wist een bestaand token niet meer en kan AUTH
niet overschrijven.
- Git-URL's beperkt tot http(s)/ssh/scp-syntax; ext::-transport (voert een
shell-commando uit) en file:// worden geweigerd.
- Boilerplate-templates renderen in een SandboxedEnvironment (SSTI).
- Automatisch syncen van repo's bij boot standaard uit (AUTO_SYNC_ON_BOOT),
optionele commit-pinning per repo.
- Waitress in plaats van de Flask-ontwikkelserver, MAX_CONTENT_LENGTH,
ProxyFix, en CSP/X-Frame-Options/nosniff/Referrer-Policy headers.
- Front-end libraries (Tailwind, Alpine, htmx) lokaal meegeleverd i.p.v. CDN;
Google Fonts verwijderd. Werkt nu ook offline.
- SSH host-key-verificatie aan (accept-new + /data/known_hosts).
- Lichte /healthz voor de healthcheck i.p.v. `docker info`.
- config.json en secret.key met 0600-rechten.
- Poort standaard op 127.0.0.1 gebonden.
- Audit-log gebruikt één gedeelde SQLite-verbinding (fd-lek per job verholpen);
joblogs afgekapt op 2000 regels.
- VERSION-bestand is de enige bron voor het versienummer.
- pytest-suite toegevoegd (74 tests) en als stap in beide deploy-workflows.
- fix-config.sh verwijderd (hardgecodeerd intern IP, overschreef config).
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
Claude-Session: https://claude.ai/code/session_01C7oLCRYzY5ixJ5Sv8Y8EFb